Het tekort aan democratie

belgkabinet

Diverse spraakmakende figuren in Vlaanderen stellen zich vragen over de democratie. Het gaat daarbij enkel over de huidige parlementaire democratie, die van het algemeen enkelvoudig stemrecht met tussenpozen van 4 à 6 jaar. Oorspronkelijk ging het om cijnskiesrecht (alleen wie bezitter was kon oordeelkundig oordelen over het staatsbestuur), dan om meervoudig stemrecht (hoe hoger op de sociale ladder hoe meer stemmen), dan enkelvoudig stemrecht voor alle mannen en tenslotte mochten de vrouwen stemmen. Het establishment is nooit voor het algemeen enkelvoudig stemrecht geweest maar heeft moeten plooien voor de volkswil.

Vele socialisten vreesden in het begin het vrouwenstemrecht: die domme wezens werden misleid door meneer pastoor. Zoiets durft niemand meer beweren, maar wat men wel durft is de “modale kiezer” onverantwoordelijkheid toeschrijven. Kortom de “massa’s” verschenen in de politieke arena en het establishment moest er rekening mee houden. Het is daarin een meester gebleken van misleiding, bedrog en manipulatie dit alles in naam van het “algemeen belang”, “onze concurrentiepositie” en “Europa”.

Vandaag heeft de twijfel aan het algemeen stemrecht te maken met de opkomst van wat men “populisme” noemt, alweer die “massa’s”. Hierbij scheren vele politieke commentatoren radicaal rechts en radicaal links over een kam. Radicale kritiek, kritiek die tot aan de wortels reikt, is uit den boze want de dingen moeten blijven zoals ze waren. Met populisme wordt bedoeld een politiek die de mensen naar de mond praat en bedrieglijk eenvoudige oplossingen aanprijst. Dit populisme bedreigt de positie van het traditionele establishment van liberalen, groenen, christen- en sociaaldemocraten. De successen van uiterst rechts in Europa zijn zorgwekkend en de verkiezing van Donald Trump heeft de gemoederen van het traditionele establishment danig geschokt.

De schuld van het populistische succes wordt door velen toegeschreven aan het algemeen stemrecht, niet aan de leugenachtige samenleving waarin wij leven. Zo horen we alweer dat Hitler aan de macht is gekomen door verkiezingen wat trouwens niet waar is. Hitler heeft nooit een meerderheid gehad tegen de socialisten en communisten samen. Toen hij in 1933 twee miljoen stemmen verloorm stelde het establishment hem aan als kanselier: men vreesde de radicale reactie van arbeidersbeweging. Beter geen democratie dan arbeidersmacht.

Wat in deze bekommernissen over de democratie fundamenteel ontbreekt is een duidelijk inzicht in het soort democratie dat met de Franse revolutie en de opkomst van de burgerlijke maatschappij ontstaan is. De parlementaire democratie in al haar vormen is een burgerlijke democratie, nl. een politiek formele democratie waarin de “burgers”, onafhankelijk van hun sociale situatie, gelijk zijn voor de wet. Sociaal zijn ze dat echter allesbehalve. De burgerlijke democratie is formeel en ze houdt helemaal op aan de poorten van de onderneming. De arbeidsdeling eigen aan het industriekapitalisme, het klassenonderscheid met de daaraan gekoppelde culturele tekorten, de heersende ideologie van de “onzichtbare hand”, de politiek achter de schermen van de ware machthebbers waarvan de parlementairen de uitvoerders zijn en vooral de neoliberale politiek doodt het vertrouwen van de “gewone” mensen.

Beweren dat men dit kan bestrijden door een gevecht te leveren tegen de leugens van het rechtse autoritaire populisme en de mensen met hun neus op de echte feiten te drukken, volstaat niet. Er is reden om te twijfelen aan het waarheidsgehalte van die “feiten”. Wie achter de schermen van de jacht op winst aan politiek doet, produceert complottheorieën en opent de deur voor autoritair populisme. De strijd tegen het kapitalisme is het meest efficiënte wapen tegen het autoritair populisme en de complottheorieën als verklaring van het historisch gebeuren. Dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan in crisistijden, waarin iedereen bang is voor zijn baan, zijn koopkracht en sociale zekerheid.

Hoe zit het nu met wat men “links populisme noemt”, dat van de PVDA bijvoorbeeld? Sinds wanneer is ijveren voor een volwaardig bestaan (koopkracht, gezondheid, pensioen enz.) populistisch? Uiteraard is het dat voor wie lagere lonen wil, een minimale of zelfs geen sociale zekerheid, dit in het “algemeen belang”. De fundamentele ideologie van de kapitalistische samenleving stelt het algemeen belang gelijk aan het belang van de heersende klasse.

Wij zijn er de dupe van en dan hoeft men zich niet te verwonderen dat men luistert naar de andere leugenaars, zij die de solidariteit met allen die op een of andere wijze slachtoffer zijn (vreemdelingen, immigranten, werklozen, gepensioneerden, werkende vrouwen, enz.) de schuld van de problemen geven. Ook het autoritair populisme is voor het in stand houden van het kapitalisme, maar met andere middelen en andere leiders.

 

Print Friendly

Laat wat van je horen

*

Share This