Geschiedenis als slagveld

51C51TOKorL._SX347_BO1,204,203,200_Het recente boek van Enzo Traverso blikt terug op een bloederige 20ste eeuw. In Geschichte als Schlachtfeld probeert hij niet alleen tot nieuwe syntheses te komen, maar ook tot een nieuwe historische onderzoeksmethode.

Met de Val van de Muur in 1989 kwam ook de “korte 20ste eeuw” ten einde. Een eeuw die is getekend door de Europese burger- en klassenoorlog van 1914-1945, maar ook door het fascisme, de holocaust en het stalinisme. De sterk door anticommunisme en eurocentrisme beïnvloede geschiedschrijving, werd na de ineenstorting van het stalinisme genoodzaakt haar eigen paradigma’s ter discussie te stellen en haar verouderde methoden te onderzoeken. Bovendien droeg de globalisering ertoe bij, dat de grotere economische en culturele netwerken en verbanden, die over de Europese grenzen heen werken, sterker op de voorgrond traden. Op de drempel van de 21ste eeuw bepleit de marxistische onderzoeker Enzo Traverso in zijn nieuwste boek Geschichte als Schlachtfeld dan ook een nieuwe kritische onderzoekmethode.

Traverso doceert aan de Cornell Universiteit in New York en is een toonaangevende wetenschapper op het gebied van geweld. Enkele boeken van zijn hand zijn: Understanding the Nazi Genocide. Marxism after Auschwitz (London 1999) en The Marxists and the Jewish Question. The History of a Debate 1843-1943 (New Jersey 1994). In zijn nieuwste publicatie behandelt Traverso de interpretaties van de bloedige gebeurtenissen en machtsvormen in de twintigste eeuw aan de hand van de visies van onder meer de in 2012 overleden historicus Eric Hobsbawm, Hannah Arendt, Walter Benjamin en Michel Foucault. Opmerkelijk genoeg allemaal Europeanen, ofschoon ook denkers en activisten als C.L.R. James en Franz Fanon aan bod komen.

Wereldgeschiedenis

Traverso ziet in de historiografie drie kenmerkende veranderingen na de Val van de Muur. Ten eerste de opkomst van de wereldhistorie. Ten tweede de zogeheten terugkeer van de gebeurtenis en als derde het “opdoemen van de herinnering”. Het ontstaan van een wereldgeschiedenis is vooral bevorderd door het wegvallen van de oude Oost-West tegenstelling. Niet langer zijn zowel het Avondland (Europa) als later het trans-Atlantische beschavingsmodel het enige (Westerse) referentiekader. Deze wereldgeschiedenis is net zo goed geïnteresseerd in de migratie, de diaspora (Black Atlantic) en de ballingschap, als in de wereldwijde economische en politieke processen. Maar ook de effecten van bepaalde opvattingen en ideeën of de ontdekking van nieuwe culturele praktijken behoren tot het onderzoeksgebied.

Zowel in het beginhoofdstuk over Hobsbawm, maar ook in de delen waarin de genocide en het totalitarisme met elkaar worden vergeleken, besteedt Traverso evenzeer aandacht aan de gewaarwording van het geweld in de twintigste eeuw door de joodse Exil, als aan de daaraan voorafgaande zwarte diaspora als gevolg van de slavernij. Ook vergelijkt hij het racistische geweld van nazi-Duitsland met dat van de Spaanse inquisitie en de conquistadores van de Nieuwe Wereld.

Hij staat uitgebreid stil bij de perioden en omslagpunten van de wereldoorlogen: revoluties (Rusland 1917), contrarevoluties (witte legers, opkomst fascisme en nazisme) en de val van het “reëel bestaande socialisme”. Hij gaat daarbij uit van een open geschiedenis. Paradoxaal genoeg was drie jaar uitroeiingspolitiek van de nazi’s in staat om driehonderd jaar van emancipatie en integratie van joden in de Europese maatschappijen te niet te doen. Het nationaalsocialisme vormt zo ‘een slotakkoord’ van het bijeenkomen van diverse tendensen (antisemitisme, kolonialisme, contrarevolutie) tijdens de Eerste Wereldoorlog, die alle hun oorsprong hebben in de negentiende eeuw.

De herinnering

Het einde van de twintigste eeuw heeft volgens Traverso de vorm aangenomen van een “condensering” van herinneringen. De wonden zijn weer opengegaan, of zoals de Franse marxistische filosoof Daniël Bensaïd het fraai formuleerde: “het grondwater van de collectieve herinneringen” is met de “symbolische fonkelingen van de historische gebeurtenissen” samengekomen. Die herinneringen werden eerst nog onderdrukt, gecensureerd, verborgen of verdrongen, maar chauvinistische en antisemitische sentimenten zijn weer volop aanwezig in de Oost-Europese landen.

Vroeger waren het alleen de aanhangers van de Oral History-school die de herinnering zo’n belangrijke plaatst toedichtten. Nu zijn herinneringen zowel bron als soms wel modieus onderzoeksobject geworden in de vorm van de herinneringscultuur. In de jaren negentig werd de herinnering een historisch paradigma. Traverso wijst op de debatten over het Vichy-regime, de Shoah, het kolonialisme en het fascisme in landen als Duitsland, Spanje en Italië. In Nederland zou je het debat over het boek Grijs verleden maar ook de steeds terugkerende discussie over de herdenking van 4 en 5 mei hieronder kunnen scharen.

Kritische onderzoeksmethode

Traverso doet in zijn niet altijd makkelijk leesbare boek enkele bruikbare aanbevelingen voor een nieuwe historische onderzoekmethode. Hij wijst op de noodzaak om de gebeurtenis of het idee op te vatten in de tijd, in de maatschappelijke context en in de ideologische, taalkundige en mentale omgeving. Verder gaat hij uit van een kritisch historicisme. Zich baserend op Benjamin is hij kritisch over de lineaire, feitelijke en dus uiteindelijk “homogene en lege” tijd, die alleen maar apologetisch is en louter empathie oproept met de overwinnaars.

Traverso staat een comparatief geschiedenisonderzoek voor, waarbij gebeurtenissen, periodes, contexten en ideeën met elkaar worden vergeleken. En om de realiteit te begrijpen moet men deze in concepten (“ideaaltypen”) vastleggen, zonder op te houden met de geschiedenis en verhalende vorm te schrijven.

De reële geschiedenis komt bovendien nooit overeen met haar abstracte representatie. Traverso bekritiseert ten slotte een geschiedschrijving die de nationalistische en eurocentrische ideologie van de overwinnaars aanhangt; in het voetspoor van de door hem bewonderde Walter Benjamin kiest hij voor het perspectief van de (voorlopige) verliezers binnen het reëel bestaande kapitalisme. Traverso’s kritische onderzoeksmethode kan ons helpen om daar een eind aan te maken.

Enzo Traverso, Geschichte als Schlachtfeld. Zur Interpretation der Gewalt im 20. Jahrhundert, Neuer ISP Verlag 2014 / 256 pagina’s / 22€.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op socialism.nu.

Print Friendly

Laat wat van je horen

*

Share This