Duitsland: Onbeantwoorde vragen over nazi – terrorisme

In Duitsland loopt het NSU-proces ten einde. Naar verwachting zullen de aangeklaagden schuldig worden bevonden. Maar ook daarna kunnen we de NSU-affaire niet beschouwen als een afgesloten episode.

Het staat vast dat tussen 1998 en 2011 de zogenaamde Nationalsozialistischer Untergrund minstens tien moorden, drie bomaanvallen en vijftien bankovervallen beging. De NSU eiste nooit verantwoordelijkheid voor hun daden op en werd pas in november 2011 na een overval ontdekt.

Het proces loopt nu bijna vier jaar. Naast NSU-lid Beate Zschäpe staan nog vier verdachten terecht. Zschäpe wordt onder meer beschuldigd van medeplichtigheid aan tien moorden en aan vijftien bankovervallen. De andere verdachten staan terecht voor het leveren van wapens aan de NSU en andere vormen van ondersteuning. Zschäpe staat waarschijnlijk levenslang te wachten, de overige vier hangen ook jaren gevangenis boven het hoofd.

Nadat de NSU aanvankelijk veel media-aandacht trok, verdween nieuws over de nazi-terreurcel snel naar de achtergrond. De moordpartij van Uwe Mundlos, Uwe Böhnhardt en Beate Zschäpe roept echter veel vragen op. Ten eerste is er veel speculatie dat het aantal mensen dat op de een of andere manier betrokken was bij de NSU groter moet zijn geweest. Het drietal dat de harde kern vormde, leefde meer dan tien jaar lang ‘ondergronds’. Hadden ze daar niet meer hulp bij nodig?

Dan is er de reeks blunders in het onderzoek nadat de drie in 1998 ondergronds gingen omdat ze gezocht werden vanwege een reeks aanslagen met briefpostbommen. Nog meer speculatie: faalden de veiligheidsdiensten jammerlijk, hadden ze gewoon geen serieuze belangstelling voor een stelletje nazi’s dat amateuristische aanslagen uitvoerde – of werd het de drie welbewust toegestaan onder te duiken?

Dergelijke speculatie werd gevoed door het nieuws dat de landelijke inlichtingendienst kort nadat de NSU aan het licht kwam, dossiers over verschillende informanten in de nazi-beweging vernietigde. Daarnaast bleek dat een aantal kopstukken van de Duitse nazi-scene informanten waren van de veiligheidsdiensten. Geld dat deze nazi’s kregen voor het doorsluizen van informatie, werd door hen weer in nazistische organisaties gestoken. Wie gebruikte hier nu eigenlijk wie?

Bijzonder bizar is het verhaal van informant Andreas Temme. Deze was aanwezig in het internetcafé waarvan de eigenaar, Halit Yozgat, op 6 april 2006 door de NSU doodgeschoten werd. Temme zegt niks gehoord te hebben en zich tijdens het onderzoek niet gemeld te hebben omdat hij zich geneerde voor de datingsites die hij die dag bekeek in het café.

Ook de parlementaire onderzoekscommissies hebben geen sluitende verklaringen voor dit alles. De suggestie dat de Duitse veiligheidsdiensten de NSU aanvankelijk vrijuit liet gaan in de hoop hen in de gaten te kunnen houden om zo zicht te krijgen op netwerken van gewelddadige nazi’s, kan niet weggewuifd worden. Dit hoeft niet te leiden tot samenzweringstheorieën over een Duitse ‘deep state’ die banden onderhoudt met militante nazi’s. Waar het wel toe aanzet, is nadenken over de prioriteiten van de Duitse veiligheidsdiensten, en over welke afwegingen hier mogelijkerwijs gemaakt zijn. De bereidheid om militante nazi’s vrijuit te laten gaan, zou betekenen dat de Duitse veiligheidsdiensten op te koop toe namen dat (potentiële) slachtoffers van dergelijke verdachten risico liepen. Zouden dergelijke afwegingen dezelfde zijn als de verdachten het op andere groepen gemunt hadden?

Nog een vraag; voor de NSU aan het licht kwam, dacht bijna niemand in Duitsland aan de mogelijkheid dat de moorden gepleegd werden door een nazistische terreurcel. In plaats daarvan dacht de politie, op basis van de afkomst van de slachtoffers, dat de moorden te maken hadden met een ‘Turkse maffia’ of met de PKK. Dat geen van de nabestaanden iets zei dat op dergelijke banden duidde, werd geïnterpreteerd als onwil om aan het onderzoek mee te werken, en juist als een verdere aanwijzing dat de slachtoffers verwikkeld waren in criminele netwerken. Had de politie ook dergelijke conclusies getrokken als de slachtoffers geen Turkse achtergrond gehad hadden?

Voor de nabestaanden van hun slachtoffers is de NSU nog geen afgesloten hoofdstuk. En ook na het proces zullen er nog veel vragen open staan.

Print Friendly

Laat wat van je horen

*

Share This