De schrijver en de maarschalk

R.B. Kitaj, Isaac Babel Riding with Budyonny 1962. Olie op doek.

Mijn favoriete schrijver is Isaak Babel (1894-1940), een Rus wiens aanbevelenswaardige werk volledig in het Nederlands beschikbaar is. (1) Uiteraard is dat oeuvre ook in het Engels vertaald en zo’n vertaling kun je hier gratis van het internet afhalen; 1072 bladzijden, legaal te downloaden. (2)

Een belangrijk deel van ‘s mans verhalen is geïnspireerd door de Pools-Russische oorlog (1920), waaraan hij als reporter voor de krant van het kozakkenleger deelneemt. Tijdens die veldtochten houdt Babel een dagboek bij. De aantekeningen verwerkt hij tussen 1923 en 1925 in verhalen die als de De rode ruiterij wereldbekend worden.

Om een scherper gevoel van realiteit in zijn verhalen te creëren plaatst Babel verzonnen personages naast bestaande. Maar ook de bestaande namen slaan op iets wat Babel verzint. Dat weten we door de discussie die deze‘Babelse’ strategie achteraf oplevert.

Generaal Semjon Boedjonny, de bevelhebber van de cavalerie, een man die het uiteindelijk tot maarschalk schopt, wordt in de verhalen vaak voorgesteld als brutaal, onhandig en besluiteloos. Babel houdt de gek met diens onnozele en onopgevoede kozakkentaal. De schrijver borstelt de wandaden van dat kozakkenleger ook niet onder de mat, integendeel, hij legt er een ferme schep bovenop.

Daar kon die Boedjonny niet om lachen. Op het net vind ik een thesis (3), die daar iets over zegt. Budyonny is zeer ontstemd door Babels beschrijving van zichzelf en zijn mannen. In twee artikels reageert de bevelhebber op Babels Rode ruiterij.

In 1928 schrijft Boedjonny een brief naar Maxim Gorki die het eerder al voor Babel opgenomen heeft. Over Babels verhalen zegt Boedjonny: ‘Hij vindt dingen uit die nooit plaatsgevonden hebben, hij slingert vuil naar onze beste communistische bevelhebbers, geeft zijn verbeelding de vrije loop, liegt gewoon…’

Gorki dient de generaal van antwoord: ‘Laat me toe u te zeggen, kameraad Boedjonny, dat de botte en ongerechtvaardigde toon van uw brief een onverdiende belediging is voor een jonge schrijver. (…) Een schrijver is een mens die (…) de kleur van de verbeelding gebruikt om in de lezer een reactie te activeren van liefde of haat.’ Wat daar staat is dit: in een verhaal is het literaire effect belangrijker dan het historische feit. In die zin is een verhaal het omgekeerde van een nieuwsbericht, want daar is het feit uiteraard belangrijker dan het literaire effect.

De kozakkenverhalen van Babel hebben me dat geleerd. Sindsdien verhouden werkelijkheid en verbeelding zich ook in mijn verhalen veelal op soortgelijke manier tot elkaar. Vlaamse schrijvers die veel relevanter zijn dan ik passen die ‘Babelse’strategie eveneens toe. Je treft het ook aan in de boeken van Dimitri Verhulst en Herman Brusselmans.

Zonder gevaren is dat niet. Brusselmans kreeg er een rechtbankveroordeling voor aan zijn broek, Verhulst kreeg de toorn van zijn familie over zich heen. Ook mij heeft het al wat narigheid bezorgd, zoals blijkt uit het stukje dat ik gepost heb onder de titel Lapkoes weg uit Zeewacht. Maar dat alles is uiteraard slechts kattenpis met wat Babel overkomen is.

Noten:

1) Isaak Babel, Verhalen. Meulenhoff, A’dam. 2001. 573 ps.

2) Isaak Babel, The Complete Works of Isaac Babel. Edited by Nathalie Babel. With an introduction of Cynthia Ozick. W.W. Norton & Company, New York London.
3) Daniëlle van Osch, Writing by dictation. A study in the Soviet literary policy of the 1930’s. Geen verdere specificaties.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op De Laatste Vuurtorenwachter.

Print Friendly

Laat wat van je horen

*

Share This