Aanslagen: sociaaldemocraten, groenen en PVDA in de val van het veiligheidsbeleid

unité-nationale

Op het moment dat we dit artikel schrijven, vonden in het Federaal Parlement al twee debatten plaats over de aanslagen in Parijs en hun gevolgen, op 19 en 26 november. We kennen het standpunt van de rechtse meerderheid: op de jihadistische barbarij antwoordt zij met de noodtoestand of de uitzonderingstoestand, racistische en islamofobe amalgamen en het sturen van een oorlogsschip om het Franse vliegdekschip Charles De Gaulle te ondersteunen. Achttien repressieve maatregelen zitten in de pijplijn, waarvan de helft op eender wie kan toegepast worden, onder eender welk voorwendsel. De strijd tegen het terrorisme leidt de aandacht af van de sociale kwestie en brengt een klimaat tot stand dat in het voordeel is van het offensief tegen de vakbonden en de democratische rechten.

De N-VA heeft de wind in de zeilen. De partij maakt handig gebruik van het feit dat ze op de sleutelposten van Binnenlandse Zaken, Defensie en Asielbeleid zit om de angst aan te wakkeren. Zoals Felipe Van Keirsbilck, secretaris van de CNE (Franstalige christelijke bediendenbond) recent nog stelde op de sociale media: “deze aanslagen zijn een godsgeschenk voor de partij van De Wever, hij ziet er een kans in om op drie maanden zijn programma voor de komende twintig jaar uit te voeren”, en dan vooral om de sociale zekerheid te breken. “Er wordt brutaal een N-VA-staat tot stand gebracht sinds 13 november“, voegde Van Keirsbilck er nog aan toe.

En hoe stelt de oppositie zich tegenover dit alles op? In haar samenvatting van de tussenkomsten in de Kamer na de zitting van 26 november kopte La Libre: “ De oppositie moet zich beperken tot het bekritiseren van de communicatie van de regering”. En de auteur van het artikel wees op volgende paradox: de heropening van de scholen ondanks het behoud van de dreiging op niveau 4 gag een vertrekpunt om aan te tonen dat rechts de angstgevoelens manipuleert om een klimaat in stand te houden dat haar repressieve politiek dient, maar “de kritiek (van PS, SP.A, Ecolo, CdH en PVDA) is heel oppervlakkig gebleven. Geen enkele van de noodmaatregelen die afgelopen twee weken werden genomen, werd bekritiseerd. De oppositie moest er zich toe beperken de communicatie van de regering aan te vallen.”

Laat het ons niet over de CdH hebben, en ons op links concentreren. In het parlement vreest deze om “laks” over te komen tegenover het terrorisme. Uit schrik dat dit beeld hen stemmen zou kosten, kozen ze er van in het begin voor om 1) zich in het kader van de “nationale eenheid“ te plaatsen zoals gewenst door Premier Michel; 2) het algemeen discours van de rechtse regering te steunen; en 3) globaal de maatregelen die in naam van de strijd tegen het terrorisme werden genomen, goed te keuren. Het gaat hier natuurlijk niet om een kritiekloos akkoord: elke partij blijft vanzelfsprekend proberen zich ten koste van de andere te profileren, en elke partij moet natuurlijk niet alleen een boodschap uitsturen naar de massa van de kiezers, maar ook naar haar eigen leden. Maar er is wel degelijk een akkoord over het strategisch kader.

Dit strategisch akkoord werd heel uitdrukkelijk verwoord door Laurette Onkelinx (PS) in haar lange interventie in de Kamer op 19 november (1): steun aan de militaire interventie aan de zijde van Frankrijk, steun aan de automatische gevangenisstraf voor mensen die terugkeren uit Syrië, pleidooi voor een “echt Europees veiligheidsagentschap“ (het idee van een Europese CIA waar Michel zo warm voor loopt), verhoging van de effectieven van de politie en de budgetten voor veiligheid. “De conditie sine qua non om de strijd tegen het terrorisme te voeren, is de nodige middelen te geven. Wat nodig is, is van koers te veranderen, de bezuinigingen stop te zetten. U hebt het begrepen: 400 miljoen euro is zulke koerswijziging. Het werd tijd. Ik verwelkom deze beslissing”, stelde ze namens de PS.

Tegelijkertijd wil de PS haar links publiek gerust stellen: Onkelinx stelt dan ook ”repressie met preventie en een sociale integratiepolitiek te willen combineren”, ”de lessen te willen trekken uit het Bush-tijdperk en niet dezelfde fouten te willen maken”, ” te herkennen dat het Westen niet nauw genoeg toekeek met bepaalde bondgenoten die de belangrijkste sponsors waren van bewegingen als Al Qaïda en Islamitische staat” (verwijzing naar Qatar en Saoedi-Arabië), ”de zuurstof naar Islamitische Staat te willen afsluiten”, ”een gerichte repressie toe te passen op de terroristen… en geen zondebokken aan te wijzen, omdat IS ons laat begrijpen “wat de vluchtelingen ontvluchten”.

Het Europa van het veiligheidsbeleid

In Europa zijn alle sociaalliberale partijen min of meer gewonnen voor de veiligheidspolitiek. De Franse krant Le Monde bracht in haar editie van 24 november de bocht in herinnering die Lionel Jospin in 1997 maakte: in zijn beleidsverklaring stelde de leider van de Franse PS toen dat “veiligheid, garantie voor de vrijheid, een fundamenteel recht is voor de mens”. Jospin wou elke verdenking van laksheid rond veiligheidskwesties ontwijken. We zien vandaag waartoe dat leidt: onder de dekmantel van de antiterroristische strijd criminaliseren, Hollande, Valls en Cazeneuve elke vorm van sociaal verzet, en nemen ze ganse brokken van het programma van het FN over. Milieuactivisten worden onder huisarrest geplaatst. Op 29 november werden vreedzame manifestanten met traangas bestookt en met de matrak afgeranseld om dan administratief aangehouden te worden. Hun enige misdaad was dat ze probeerden te betogen tegen COP21, dat feest voor de multinationals.

Men kan opwerpen dat de PS en de SP.A bij ons zover niet gaan. Dat klopt, maar ze zitten federaal ook in de oppositie. De gespierde taal van een Louis Tobback of een Bonte in Vlaanderen, de asielpolitiek die door de tandem Di Rupo-De Block werd gevoerd in de vorige legislatuur, of het “antiradicalisme“-plan van de Waalse regering, waarbij de ONEM (tegenhanger van de VDAB) en de OCMW’s opdracht krijgen mensen die aan het radicaliseren zijn aan te geven, tonen aan tot waar onze sociaaldemocraten durven gaan als ze aan de macht zijn…

De opstelling van Ecolo en Groen kan sommigen meer verbazen. Niet ons. Ook hier is het Franse voorbeeld verhelderend: in het Franse parlement stemden de Franse groenen voor het verlengen van de noodtoestand. Hierover ondervraagd op televisie verklaarde een parlementslid stomweg dat er vertrouwen moest gesteld worden in het staatshoofd, dat er zeker goede redenen waren om deze maatregel te nemen. De dag na de verboden manifestatie tegen COP21 verklaarde het groene kopstuk Cécile Duflot dat “relschoppers op de Place de la République niks te zien hebben met ecologie“. Het parlementslid van EELV had het over de manifestanten, niet over de politie. Duflot zweeg in alle talen over de ongelofelijke ontplooiing van robocops en provocateurs die waren opgetrommeld om het democratisch recht om te betogen de kop in te drukken, en aan de media de beelden te geven om hun leugens te ondersteunen.

Zeker, onze groenen zijn niet zo sterk betrokken bij het veiligheidsbeleid als hun collega’s bij onze zuiderburen. In België krijgen door de praktijk van de regeringscoalities politieke fenomenen altijd een “zachtere” uitdrukking dan in Frankrijk. Brengen we toch even in herinnering dat onze groenen (net als de PS en de PVDA!) zich in de Kamer onthielden bij de stemming over een pakket antiterroristische maatregelen dat werd doorgevoerd na het ontmantelen van een IS-cel in Verviers. (2) Een reeks maatregelen die puur op veiligheidsbeleid mikten, en bovenal de uitbreiding van de lijst inbreuken behelsde waarvoor telefoontap of het afnemen van de Belgische nationaliteit mogelijk is. Geen woord over het feit dat de “oorlog tegen het terrorisme” zoals G.W. Bush hem indertijd afkondigde, en waarin België hem volgde, enkel het terrorisme heeft versterkt. (3)

Maar laten we het niet langer hebben over de sociaaldemocratie en de groenen, en buigen we ons over de stellingname van de nieuwkomer in het parlement, de PVDA. De PVDA kondigde de terugkeer aan in het halfrond van een “ongecomplexeerd, echt links“.  Nochtans is het frappant hoe dicht ze in deze kwestie bij de PS staan.

In zijn tussenkomst in de Kamer op 19 november verklaarde Raoul Hedebouw: “Mijnheer de Eerste Minister, U riep op tot nationale eenheid. Deze nationale eenheid kan ik delen op het vlak van de concrete maatregelen die werden genomen (…) Ik verheug mij er over dat bijkomende middelen ter waarde van 400 miljoen zullen worden vrijgemaakt. Ik verheug mij daar over en hoop uit de grond van mijn hart dat dit geld niet uit de sociale budgetten zal genomen worden. Ik zou ook willen dat 400 miljoen wordt geïnvesteerd op het terrein van preventie (…) Ik kan u volgen in de nood een toegenomen efficiëntie te organiseren van onze inlichtingendiensten. Maar onze diensten hebben te veel inlichtingen om te analyseren. Ik pleit ervoor dat onze maatregelen gericht zijn tegen de rekruteerders en diegenen die de terroristische netwerken organiseren en niet te veralgemeend zouden zijn. (4)

Nationale eenheid?

Als partij die zich op het marxisme beroept, kan de PVDA natuurlijk enkel tegen het concept van nationale eenheid zijn. Tegelijk is haar prioriteit echter elke polarisatie tegenover het dominerende veiligheidsdiscours te vermijden. Haar obsessie: niet “te radicaal“ overkomen, te ver verwijderd van wat ze als de voornaamste zorg van de bevolking beschouwt, de veiligheid. Dus eerder dan de nationale eenheid als een val te ontmaskeren, probeert Raoul Hedebouw het slim te spelen door haar een antiracistische inhoud toe te kennen: “Mijnheer de Eerste Minister, ik deel uw wil om aan deze terroristen te antwoorden dat tegenover hun wil de mensen te verdelen, wij de eenheid plaatsen van het geheel van onze samenleving, van welke oorsprong ook. “ Natuurlijk is het niet dat wat rechts onder “nationale eenheid“ verstaat, en al zeker niet de N-VA die steeds meer de kaart van de xenofobie trekt.

We kunnen ons voorstellen dat de aanpak van Raoul de PVDA toelaat intern de leden gerust te stellen: de partij trapt niet in de valstrik, ze blijft trouw aan de principes van de klassenstrijd. Maar naar buiten toe heeft rechts een punt gescoord. De media melden met voldoening dat de PVDA “in principe voor de nationale eenheid is” (Le Soir van 19/11). En inderdaad, we hoorden de PVDA niet het cynisch misbruiken van de angstgevoelens ten voordele van het autoritair neoliberaal project aanklagen, of de rol van de N-VA-ministers hierin, noch de uitbarsting van racisme en islamofobie die de veiligheidspolitiek bevordert. We hebben haar ook niet gehoord over het feit dat de vakbondsleidingen (behalve in Henegouwen) beslisten na de aanslagen hun acties tegen de besparingen op te schorten.

Tegelijk voelt de PVDA, zoals elke partij, de nood zich af te bakenen. Ze koos ervoor dit vooral te doen rond de buitenlandse politiek. Ook hier zijn de convergenties met de tussenkomst Onkelinx treffend, maar de PVDA gaat verder en is explicieter.

Raoul Hedebouw in de Kamer op 19 november: “Mijnheer de Eerste Minister, we zagen dat de nationale eenheid na 11 september er toe leidde dat de VS naar oplossingen grepen die er geen waren. Dat verplicht ons er toe kritisch te onderzoeken wat het Westen in deze regio gedaan heeft. Wij moeten de VS met de vinger durven wijzen die elke staatsstructuur in Irak hebben vernietigd en de bevolking in sjiiten en soennieten hebben verdeeld. Wat ik miste in uw uiteenzetting, Mijnheer de Eerste Minister, is dat men niets doet om de kraan van DAESH in de regio dicht te draaien. Hoe kan het dat niemand in de meerderheid zegt dat het probleem bij Saoedi-Arabië en Quatar ligt?“ Waarop de woordvoerder van de PVDA de banden van België met beide landen aanklaagt, en vooral de Saoedische investeringen in Antwerpen, die De Wever zo graag ziet komen.

Er zit een kern van waarheid in deze woorden. Inderdaad, de imperialistische oorlogen, in het bijzonder de oorlog van de VS tegen Irak, zijn voor een groot deel verantwoordelijk voor de chaos in het Midden-Oosten. Ja, de Amerikaanse politiek in Irak heeft de spanningen tussen sjiiten en soennieten doen toenemen. Ja, de radicale ontmanteling van de Baath-partij/staat in Irak heeft de openbare sector en elke sociale structuur vernietigd en het terrein voor DAESH in dat land open gelegd. Ja, de alliantie tussen de VS en de fundamentalistische, reactionaire petroleummonarchieën in de Golf (waar nog de steun aan de zionistische staat Israël bij komt) zorgen er voor dat het pseudo-democratische discours van het Westen in de regio geen enkele legitimiteit meer heeft. En ja, het Saoedische wahabisme dient de terroristen tot ideologische referentie.

Maar er zijn nog heel wat andere aspecten aan deze veel complexere realiteit. Bijvoorbeeld: neen, DAESH is niet de gewapende terroristische arm van Saoedi-Arabië en Quatar, haar ruggegraat wordt gevormd door oud-officieren van Saddam Hussein. Nee, zij hangt niet af van de Golf-monarchieën voor haar financiering en bewapening – integendeel, DAESH bedreigt hun stabiliteit evenzeer als die van andere landen in de regio… En vooral, men kan de pijlsnelle ontwikkeling van IS niet begrijpen zonder in de analyse ook de bloedige oorlog te betrekken die de dictatuur van Bachar Al-Assad al vier jaar levert tegen zijn eigen volk, omdat het de misdaad beging democratische rechten te eisen, net zoals in Tunesië en Egypte en elders in het Midden-Oosten gebeurde.

Wanneer met dit complex gegeven geen rekening wordt gehouden, kunnen de tirades van de PVDA tegen Saoedi-Arabië ervan verdacht worden een andere agenda dan de strijd tegen het terrorisme te verbergen. Op het moment dat we dit schrijven, lanceert de PVDA een petitie “Speel niet met terreurgeld: geen Saoedische concessie in Antwerpen!” (5).

Het is zeker nuttig en noodzakelijk om de hypocrisie van de heersende klasse in het algemeen, en van de N-VA in het bijzonder, te ontmaskeren, als zij beweert te strijden “tegen het obscurantisme“ en de “democratische waarden“ te verdedigen, “gelijkheid tussen mannen en vrouwen“ op kop, terwijl de integristische, patriarchale en reactionaire dictatuur van de Saoeds een van haar belangrijkste bondgenoten en commerciële partners in de regio is. Maar het is onwaar te schrijven dat “volgens alle internationale rapporten Saoedi-Arabië de belangrijkste bron van financiële steun aan soennitische terroristische groepen in de wereld is“. “Volgens alle rapporten“ is DAESH daartegen een organisatie die hoofdzakelijk zichzelf financiert via smokkel, dwangsommen en de belastingen die ze heft in de territoria die het controleert.

Maar vooral kan je je bedenkingen maken bij de prioriteiten van de PVDA in de huidige situatie. De petitie stelt onder meer: “Het is hypocriet om het terrorisme te willen bestrijden met harde maatregelen op binnenlands vlak, wanneer men tegelijkertijd de rode loper uitrolt voor de financiers van datzelfde jihadi-terrorisme op buitenlands vlak“. Neem je dit letterlijk, dan lijkt de PVDA te willen zeggen dat de partij eerder de “rode loper “ wil aanpakken dan de “harde maatregelen op binnenlands vlak” die rechts wil doordrukken onder voorwendsel van de strijd tegen het terrorisme.

En inderdaad, zoals we al zagen, bestrijdt de PVDA deze maatregelen niet frontaal, maar beperkt ze zich tot het aanklagen van bepaalde aspecten ervan. We gaan niet zover te zeggen dat haar petitie een afleidingsmanoeuvre is, maar het is zeker niet het centraal antwoord dat links moet geven op het project van Sterke Staat dat rechts wil opleggen.

Het tweede debat in de Kamer, op 26 november, bevestigde dat de PVDA zich beperkt tot kritiek op een aantal aspecten van het veiligheidsbeleid. Diezelfde dag werd bekend dat de MR een wetsvoorstel indiende tegen de stakingspiketten. Eerder dan het misbruiken van de antiterroristische strijd voor een offensief tegen de syndicale en democratische rechten aan te klagen, stelde Raoul Hedebouw zich opnieuw op een lijn met sociaaldemocraten en groenen.

Ook hij wees op het gebrek aan samenhang in de communicatie van de regering en verheugde zich over de instelling van een parlementscommissie over de achttien antiterrorisme-maatregelen voorgesteld door de regering Michel (waarbij hij onderlijnde dat er meningsverschillen zullen zijn over de politiek tegenover het Midden-Oosten). Enig punt van kritiek: Raoul betreurde dat het recht om te manifesteren momenteel in vraag wordt gesteld, net op een moment dat “de mensen nood hebben elkaar te ontmoeten, dat onze samenleving behoefte heeft aan democratische zuurstof”. Maar dezelfde kritiek werd verwoord door Jean-Marc Nollet van Ecolo, op dezelfde vriendelijke toon. We blijven binnen het kader van “allen samen tegen het terrorisme”… met eigen nuances afhankelijk van de politieke familie.

“Veiligheid, een fundamenteel recht“

In discussies, vooral op de sociale media, halen leden van de PVDA dikwijls zonder het te weten het argument van Lionel Jospin aan: “veiligheid maakt deel uit van de mensenrechten”. Dit klopt, maar er is meer: net zoals alle andere rechten (het recht op vrede, bijvoorbeeld) kan door het kapitalistische systeem niet gegarandeerd worden. Waarom? Omdat dit systeem gebaseerd is op het geweld van uitbuiting, en het in haar onveiligheid draagt “zoals de wolk onweer” (om de beroemde uitspraak van Jaurès over de oorlog te parafraseren). Wat doen politici van de heersende klasse? Zij buiten op demagogische wijze de legitieme nood aan veiligheid uit… om het repressief staatsapparaat te versterken… dat dient om het verder bestaan van de uitbuiting te garanderen… en zo de onveiligheid voedt. Het is daarom dat elke toegeving aan zulke aanpak zich vroeg of laat onvermijdelijk tegen de linkerzijde en de arbeidersbeweging keert.

Daniel Richard, gewestelijk secretaris van het ABVV van Verviers, schreef recent dit op de sociale media: “Als links naar de instrumenten van rechts grijpt in een poging de problemen van collectieve veiligheid te regelen, toont ze enkel aan dat ze geen eigen oplossingen (meer?) heeft voor de huidige problemen. Maar ze bewijst zo ongetwijfeld ook dat ze geen sociaal project heeft dat voldoende “gewild” is. Ze vult zo met reactionaire waarden de politieke ruimte in die gewonnen werd op basis van de kracht van een progressieve hoop. Dat is “democratisch” bedrog. In België onderstreepte Elio Di Rupo, symbool van het in de mist gaan van de sociaaldemocratie op definitieve wijze en tegen alle bewijzen in, dat “veiligheid links noch rechts is“? Deze stommiteit leidt er vooral toe dat men zich ontdoet van het socialistisch patrimonium van de sociale zekerheid. De verdediging van de fysieke integriteit zonder de “sociale zekerheid”, dat is de deur open zetten voor een fascisme dat, zoals Brecht al stelde, “niet het tegenovergestelde is van de democratie, maar haar evolutie in tijden van crisis”. En het zijn mandatarissen die verkozen werden met linkse stemmen die er de waterdragers van worden…”

Daniel Richard richtte deze radicale kritiek natuurlijk in de eerste plaats naar de sociaaldemocratie, niet naar de PVDA. Het zou idioot zijn te beweren dat de PVDA “naar de instrumenten van rechts grijpt om de problemen van collectieve veiligheid op te lossen“.  Integendeel, in de wijken, onder meer via Geneeskunde voor het Volk, dragen de leden van de PVDA dikwijls heel hard bij aan de solidaire heropbouw van het sociaal weefsel. Dit werk, en dat van heel wat verenigingen zonder banden met de PVDA maar die in dezelfde zin actief zijn, is een belangrijke bijdrage tot het uitwerken van een links antwoord rond de kwestie van de veiligheid. Een sociaal, gastvrij, democratisch, antiracistisch en mogelijk antikapitalistisch antwoord. (6).

We zouden wensen dat de woordvoerders van de PVDA in het parlement de stemmen en eisen van deze militanten op het terrein zouden weergeven, eerder dan de 400 miljoen extra investeringen in een veiligheidsbeleid dat enkel meer onveiligheid kan voortbrengen van de regering te ondersteunen.

De PVDA beloofde dat haar verkozenen een model “straat-raad-straat“ in de praktijk zouden brengen. Maar er zijn twee “straten“: de bewuste en georganiseerde van de netwerken, verenigingen en activisten op het terrein enerzijds, en die van de geïsoleerde, geatomiseerde individuen die continu worden gebombardeerd door onderworpen media anderzijds. Het is enkel door zich op de eerste “straat” te steunen dat de PVDA er toe kan bijdragen dat er opnieuw een “echt links” die naam waardig ontstaat. Dat is niet gemakkelijk, het is zelfs heel moeilijk, en het riskeert haar stemmen te kosten. Maar dat is nog steeds beter dan het glibberige pad waarop ze zich nu begeeft.

Noten:

1) http://www.ps.be/Pagetype1/Actus/News/Intervention-de-Laurette-Onkelinx-a-la-Chambre-sui.aspx

2) De SP.A steunde simpelweg deze maatregelen.

3) http://www.rtbf.be/info/belgique/detail_la-chambre-approuve-une-serie-de-modifications-legislatives-contre-le-terrorisme?id=9034082

4) https://www.youtube.com/watch?v=VVO8yrgvPAg&feature=share&app=desktop

5) http://pvda.be/artikels/pvda-lanceert-petitie-speel-niet-met-terreurgeld-antwerpse-haven

6) De eerste vijf voorstellen van Dirk De Block (gemeenteraadslid PVDA) in Solidair bieden een goede samenvatting van deze bijdrage: http://solidair.org/artikels/zes-voorstellen-van-aanpak-van-radicaliserende-jongeren.

Print Friendly

Laat wat van je horen

*

Share This